De meeste constateringen bij een Scope 8 inspectie ontstaan niet bij de aanleg, maar in de jaren daarna: door wijzigingen, slijtage en gebruik dat niet meer past bij waarvoor de installatie is ontworpen. Met een paar vaste gewoonten voorkomt u een groot deel ervan.
Documentatie op orde
Houd installatietekeningen en groepenverklaringen bij elke wijziging bij en bewaar eerdere inspectierapporten en herstelverklaringen. Het Arbobesluit eist bijgewerkte schema's en de inspecteur begint zijn werk ermee. Zie welke tekeningen en documentatie moeten aanwezig zijn?
Wijzigingen vakkundig laten uitvoeren
Laat uitbreidingen, extra groepen en nieuwe machines aansluiten door een vakbekwaam installateur volgens NEN 1010, en laat ze in de tekeningen verwerken. Vermijd tijdelijke oplossingen die permanent worden, zoals doorgeluste stekkerdozen en verlengsnoeren als vaste bekabeling.
Periodiek zelf controleren
Test aardlekschakelaars regelmatig met de testknop, controleer of afdekkingen en afschermingen aanwezig zijn, en let op beschadigde kabels, wandcontactdozen en armaturen. Dat zijn precies de punten die de inspecteur ook bekijkt.
Materieel dat past bij de omgeving
Gebruik in vochtige, stoffige of agressieve omgevingen (wasruimten, stallen, werkplaatsen) materieel met de juiste beschermingsgraad en plaats schakelmaterieel op een geschikte ondergrond. Volg de montagevoorschriften van de fabrikant.
Bedrijfsvoering regelen
Wijs een installatieverantwoordelijke aan, zorg dat de RI&E de elektrische risico's benoemt en leg vast wie welke werkzaamheden aan de installatie mag uitvoeren. Zo heeft de inspecteur een aanspreekpunt en een goed inspectieplan. Zie NEN 3140 en de bedrijfsvoering.
Op tijd inplannen
Plan de volgende inspectie enkele maanden voor het verstrijken van de termijn en herstel constateringen binnen de richttermijn, zodat de afmelding binnen twaalf maanden kan worden omgezet. Zie veelvoorkomende fouten en hoe verder na de inspectie.