Van iedere elektrische installatie moeten duidelijke, steeds bijgewerkte schema's beschikbaar zijn, samen met alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig gebruik. Dat staat in Arbobesluit artikel 3.4 lid 3; alleen laagspanningsinstallaties van beperkte omvang zijn uitgezonderd (lid 4). De controle van tekeningen en documentatie is daarom een vast onderdeel van een Scope 8 inspectie.
Wat de inspecteur wil zien
- Installatietekeningen en schema's van de verdeelinrichtingen, inclusief de wijzigingen en uitbreidingen van de afgelopen jaren.
- Groepenverklaringen per verdeelinrichting: welke groep voedt wat, met welke beveiliging. Een groepenverklaring die niet klopt met de werkelijke situatie is een veelvoorkomende constatering, zo blijkt uit het Incontrol-voorbeeldrapport.
- Het vorige inspectierapport en de herstelverklaring, als die er zijn. De inspecteur gebruikt ze voor de omvang en de steekproef.
- Gegevens voor het inspectieplan: jaar van aanleg, stelsel, netaansluiting en netspanning. Sinds TD12 versie 8.4 (januari 2025) registreert het inspectiebedrijf ook een identificatiecode van de installatie.
Ontbrekende informatie is een gebrek
Sinds IB22 versie 2.0 (januari 2024) kent de classificatie een aparte groep F: geen of onjuiste informatie. Ontbrekende schema's of een onjuiste groepenverklaring worden dus als constatering in het rapport opgenomen en geclassificeerd, en kunnen leiden tot een afmelding met constateringen. Zie wat constateringen zijn.
Wie houdt de documentatie bij?
Het bijwerken van tekeningen hoort niet bij de inspectie; Interpolis sluit het in zijn Scope 8-pakket uitdrukkelijk uit. Dat is een taak van de installatie-eigenaar of de installatieverantwoordelijke, meestal uitgevoerd door de installateur na elke wijziging. Wie dit op orde heeft voor de inspectie begint, bespaart tijd en constateringen; zie ook de voorbereidingen.