De visuele inspectie is het onderdeel van een Scope 8 inspectie waarbij de inspecteur de installatie met het oog beoordeelt, zonder meetinstrumenten. Het is een van de vier onderdelen die TD12 en NEN 3140 voorschrijven, naast de controle van de aanleg ten opzichte van omgeving en gebruik, de controle van de documentatie en de metingen en beproevingen. Veel constateringen in een Scope 8 rapport komen uit dit onderdeel.
Waar de inspecteur naar kijkt
- Verdeelinrichtingen: is er een hoofdschakelaar, zijn spanningvoerende delen afgeschermd tegen aanraking, zijn de juiste patroonhouders en beveiligingen toegepast, klopt de fasecodering, is de kast zelf in goede staat? Verdeelinrichtingen worden altijd volledig bekeken.
- Bekabeling en verbindingen: beschadigde of verouderde bedrading, losse of slecht afgewerkte verbindingen, ondeugdelijke doorlussingen.
- Beschermingsgraad en omgeving: is het materieel geschikt voor de ruimte, bijvoorbeeld een voldoende IP-codering in vochtige of stoffige ruimten? Materieel dat niet past bij de uitwendige invloeden is een eigen gebrekengroep (E) in IB22.
- Montage: schakelmaterieel op brandbare ondergrond zonder montageplaat noemt Avéro Achmea als veelvoorkomend gebrek.
- Kenmerken en informatie: zijn groepen gekenmerkt en klopt de groepenverklaring met wat er in de kast zit? Ontbrekende of onjuiste informatie is gebrekengroep F.
Wat de visuele inspectie niet kan
Een te hoge circuitimpedantie, een onderbroken beschermingsleiding of een aardlekschakelaar die niet binnen de vereiste tijd uitschakelt, ziet u niet. Daarvoor zijn metingen en beproevingen nodig. Oververhitting is alleen zichtbaar als die al sporen heeft achtergelaten; een warmtebeeld is bij Scope 8 een optionele aanvulling, zie thermografie bij Scope 8.
Elk zichtbaar gebrek krijgt in het rapport een classificatie volgens IB22. Lees wat die kleuren betekenen bij constateringen.