18 juni 2026 · Redactie

Hoe vaak moet u keuren? Zo bepaalt NEN 3140 bijlage I de inspectietermijn

NEN 3140 bijlage I berekent met vijf risicofactoren een score van 0 tot 65 punten en daaruit een maximale termijn tussen 1 en 15 jaar. In de praktijk is dat meestal drie tot vijf jaar.

De termijn tussen twee Scope 8-inspecties volgt niet uit een vast voorschrift, maar uit een risicobeoordeling volgens NEN 3140 bijlage I. Die bijlage kent punten toe aan vijf factoren, telt ze op tot een score van 0 tot 65 en leest daaruit een maximale termijn af: 15 jaar bij 0 punten, 1 jaar bij 65 punten. In de praktijk komt een gemiddeld bedrijfspand uit op drie tot vijf jaar. Een kortere termijn in uw polis of huurcontract gaat vóór. Dit artikel legt de methode uit en wie de termijn uiteindelijk vastlegt (stand oktober 2026).

Wat staat er in NEN 3140 bijlage I?

Bijlage I van NEN 3140 is normatief en beschrijft een methode om de tijd tussen twee inspecties van een elektrische installatie te bepalen. De methode werkt met een risicoscore uit vijf factoren. De score loopt van 0 tot 65 punten; figuur I.1 van de norm vertaalt de score naar een maximale inspectietermijn, van 15 jaar bij 0 punten tot 1 jaar bij 65 punten. De uitkomst wordt naar beneden afgerond en is een maximum: de norm staat een kortere termijn altijd toe.

De vijf factoren, zoals ze in een TD12-conform voorbeeldrapport van Incontrol worden toegepast:

  • Leeftijd van de installatie: ouder dan tien jaar weegt zwaarder.
  • Kwaliteit van de installatie: staat van onderhoud en aanleg.
  • Omgeving: vocht, stof, temperatuur, mechanische belasting.
  • Gebruikers: werken er leken of deskundigen met de installatie.
  • Toezicht: is er een installatieverantwoordelijke en wordt de installatie beheerd.

De exacte puntentoekenning per factor staat in de norm zelf en is niet openbaar; op internet zijn rekentools te vinden die de methode volgen. In het voorbeeldrapport leidt een score van 29 punten tot een inspectietermijn van vijf jaar. Socotec noemt dezelfde bandbreedte: afhankelijk van leeftijd, omgevingsinvloeden en gebruikers "jaarlijks of eens per 15 jaar".

Wie legt de termijn vast?

NEN 3140 bepaling 5.101.4 legt die taak bij de installatieverantwoordelijke: die legt met redenen omkleed vast welk veiligheidsniveau wordt getoetst, welke installatiedelen, welke inspectiepunten, de tijd tussen inspecties, de steekproef en de meetmethoden. Bij een Scope 8-inspectie staat dat alles in het inspectieplan, dat sinds TD12 versie 8.4 (januari 2025) verplicht onderdeel van het rapport is. In de praktijk stelt de inspecteur de termijn vast; Avéro Achmea schrijft: "Met een risico-inventarisatie bepaalt de inspecteur hoe vaak een periodieke inspectie nodig is." Interpolis en MKB Servicedesk verwijzen naar de RI&E als basis voor de frequentie. Zie de installatieverantwoordelijke en RI&E en inspectietermijn.

Polis of huurcontract gaat voor

Staat in uw verzekeringspolis of huurcontract een kortere termijn, dan is die leidend. Elektrakeur formuleert het als: dan "is die van de verzekering leidend"; Omega Energietechniek voegt toe dat een contractuele termijn geldt mits die niet langer is dan bijlage I toelaat. Een polis kan de termijn dus verkorten, niet verlengen. Let daarbij op welke scope de polis bedoelt: de termijnen van drie jaar (grote veehouderij, bloembollenteelt, industrie) en vijf jaar (akkerbouw, melkvee) die Univé en De Goudse noemen, gelden voor Scope 10, niet specifiek voor Scope 8. Voor Scope 12 (zonnestroom) geldt een standaardtermijn van vijf jaar als geen termijn in een overeenkomst staat; zie scope12info.nl.

Wat is gangbaar in de praktijk?

De openbare bronnen zijn eensgezind over de bandbreedte (indicatief, stand oktober 2026):

  • Interpolis: na drie tot vijf jaar een nieuwe keuring, "meestal om de 4 jaar".
  • Univé: een Scope 8-keuring is "meestal 3 tot 5 jaar geldig".
  • A-Quin: "vaak 4 à 5 jaar"; De Zaak: "meestal vier jaar".
  • Brandpreventietechniek en Safe-Inspex: gemiddeld elke drie tot vijf jaar, korter bij verhoogd risico, jaarlijks in omgevingen met een hoog risico.

Keuringservice Noord noemt bewust geen vaste termijn, omdat die uit de risicobeoordeling volgt. Dat is ook de juiste lezing van de norm: drie tot vijf jaar is geen regel, maar de uitkomst die bij de meeste kantoren, winkels en bedrijfshallen uit bijlage I rolt. Een vochtige productieruimte met oude installatie en veel wisselende gebruikers kan op een of twee jaar uitkomen; een recent aangelegde kantoorinstallatie met goed toezicht op meer dan vijf. Zie hoe vaak Scope 8?.

De termijn bij constateringen

De inspectietermijn uit bijlage I zegt niets over de periode waarin gebreken hersteld moeten zijn. Daarvoor geldt Informatieblad 22: oranje en gele constateringen hebben een richttermijn van drie maanden, en herstel inclusief herbeoordeling moet binnen twaalf maanden na de inspectiedatum zijn afgerond, anders kan het inspectieresultaat in het SCIOS-portaal niet meer worden aangepast. Avéro Achmea hanteert dezelfde lijn: afmelding binnen een jaar na de inspectie, anders vervalt de geldigheid.

NEN 3140 wordt herzien

NEN heeft op 4 mei 2026 de ontwerpen NEN 3140:2025 en NEN 3840:2025 ter publieke commentaar gelegd (commentaartermijn tot 7 juli respectievelijk 25 juli 2026). De herziening sluit aan op de vernieuwde EN 50110-1 en wijzigt de structuur van de norm. In de praktijk wordt nog gewerkt met NEN 3140+A3:2019. Of en hoe de methode van bijlage I verandert, is pas bekend na publicatie van de definitieve editie; die was in oktober 2026 nog niet gemeld. Zie de herziening van NEN 3140.

Samengevat

De inspectietermijn is een maximum dat uit een risicoscore volgt, wordt vastgelegd in het inspectieplan en kan door polis of huurcontract worden verkort. Vraag bij het rapport om de onderbouwing van de score; dan weet u ook welke factoren, zoals toezicht of omgeving, u zelf kunt beïnvloeden. Zie het inspectieplan.