Waar let de inspecteur allemaal op tijdens een inspectie?

Op alles wat de veiligheid van personen raakt: bescherming tegen aanraking en elektrische schok, werking van beveiligingen, aarding, geschiktheid voor de omgeving en of de documentatie klopt.

Tijdens een Scope 8 inspectie let de inspecteur op alles wat de veiligheid van personen in en rond de elektrische installatie bepaalt. Het uitgangspunt is Arbobesluit artikel 3.4: de installatie moet zo zijn ontworpen, aangelegd en onderhouden dat veilig gebruik zo goed mogelijk is gewaarborgd, met doeltreffende maatregelen tegen directe en indirecte aanraking. De zes gebrekengroepen van IB22 geven een goed beeld van de aandachtspunten.

De aandachtspunten

  • Bescherming tegen elektrische schok (groep A): afschermingen van spanningvoerende delen, een ononderbroken beschermingsleiding, werkende aardlekbeveiliging en een circuitimpedantie die laag genoeg is om de beveiliging op tijd te laten aanspreken. Avéro Achmea noemt gebrekkige aarding en ontbrekende afschermingen als veelvoorkomende gebreken.
  • Brand door elektrisch materieel (groep B): ook bij Scope 8 kijkt de inspecteur naar overbelaste groepen, slechte verbindingen en schakelmaterieel op brandbare ondergrond, al is de systematische brandrisicobeoordeling het terrein van Scope 10.
  • Beschikbaarheid en betrouwbaarheid (groep C): bijvoorbeeld een ontbrekende hoofdschakelaar in de verdeelinrichting.
  • Defect materieel en ontwerp- of installatiefouten (groep D): verkeerde patroonhouders, niet-werkende aardlekschakelaars, installatiefouten bij verbouwingen tot in de hoofdverdeler.
  • Geschiktheid voor de omgeving (groep E): materieel met een te lage beschermingsgraad in vochtige of stoffige ruimten.
  • Informatie (groep F): ontbrekende of onjuiste schema's en groepenverklaringen.

Hoe de inspecteur dat doet

De inspecteur combineert vier werkwijzen: de controle van de aanleg ten opzichte van omgeving en gebruik, de controle van de documentatie, de visuele inspectie en de metingen en beproevingen. Verdeelinrichtingen worden volledig beoordeeld, de rest van de installatie zo nodig steekproefsgewijs. Wat precies binnen de inspectie valt, staat in het inspectieplan.

Wat erbuiten valt

Losse apparaten en gereedschap (Scope 9), zonnestroominstallaties (Scope 12) en de brandrisicobeoordeling volgens NTA 8220 (Scope 10) horen niet bij Scope 8. Lees welke gebreken het vaakst voorkomen bij veelvoorkomende fouten.

Verwante onderwerpen