De spanning moet tijdens een Scope 8 inspectie tijdelijk van (delen van) de installatie om twee redenen: de veiligheid van de inspecteur en de aard van de metingen. Arbobesluit artikel 3.5 lid 3 bepaalt dat werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie alleen worden uitgevoerd als deze spanningsloos is. Alleen bij laagspanning is er een uitzondering (lid 5), en dan nog uitsluitend bij dringende noodzaak, een uitdrukkelijke opdracht, een geschikte installatie en doeltreffende maatregelen.
Metingen aan de verdeelinrichting
Het inspectieprotocol van Omega Energietechniek stelt het kort: metingen aan de verdeelinrichting vereisen spanningsloos maken. Het meten van de isolatieweerstand van eindgroepen en het controleren van de doorgang van beschermingsleidingen kan niet op een installatie die onder spanning staat; de inspecteur moet bovendien afschermingen verwijderen om bij de aansluitingen te komen. ITS en Elektrakeur melden eveneens dat delen van de installatie voor metingen tijdelijk spanningsloos worden gemaakt, in overleg met de opdrachtgever. Zie welke metingen worden uitgevoerd.
Niet alles tegelijk en niet de hele dag
In de praktijk schakelt de inspecteur per verdeelinrichting of per groep uit en zo snel mogelijk weer in. De visuele inspectie van de rest van het pand kan grotendeels onder spanning. Hoeveel hinder het bedrijf ondervindt, hangt af van het aantal verdeelinrichtingen en van de afspraken vooraf.
Afstemming in het inspectieplan
Stem vooraf af welke groepen op welk moment uitgeschakeld kunnen worden en informeer medewerkers. Installatiedelen die niet spanningsloos kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat een proces niet onderbroken mag worden, horen als specifiek risico in het inspectieplan te staan, inclusief de afspraak hoe de inspecteur daar dan mee omgaat. Wie dit niet regelt, loopt het risico dat de inspectie buiten kantooruren moet plaatsvinden, met een toeslag, of dat delen van de installatie niet kunnen worden gemeten. Zie ook de voorbereidingen.