Een SCIOS Scope 8-keuring is een inspectie van de vaste elektrische installatie van een bedrijfspand op basis van NEN 3140, uitgevoerd door een inspectiebedrijf dat voor Scope 8 is gecertificeerd. De keuring is niet als zodanig wettelijk verplicht. Wel verplicht de Arbowet werkgevers om te zorgen voor een veilige installatie, en NEN 3140 geldt volgens Techniek Nederland, Socotec en SCIOS als de algemeen geaccepteerde invulling van die verplichting. Hieronder leest u wat de keuring inhoudt, waar de verplichting wel en niet vandaan komt en wat u na afloop in handen heeft.
Wat houdt een Scope 8-keuring in?
SCIOS is de stichting die de certificatieregeling voor inspectie en onderhoud van technische installaties beheert. Scope 8 is daarin de scope "Elektrische installaties", onderdeel van de Deelregeling Elektrisch Materieel, naast Scope 9 (elektrische arbeidsmiddelen), Scope 10 (brandrisico volgens NTA 8220) en Scope 12 (zonnestroominstallaties). SCIOS schrijft zelf dat de inspectie volgens Scope 8 en 9 is gebaseerd op NEN 3140 en werkgevers helpt te voldoen aan de eis dat een arbeidsplaats regelmatig wordt gecontroleerd.
De inspectie richt zich op de veiligheid van personen: bescherming tegen aanraking en elektrische schok, en een veilige bedrijfsvoering van de installatie. De inspecteur werkt volgens Technisch Document 12 (TD12, versie 8.4 sinds januari 2025) en een vooraf vastgesteld inspectieplan. De inspectie bestaat uit vier onderdelen: controle van de aanleg ten opzichte van omgeving en gebruik, controle van tekeningen en documentatie, visuele inspectie, en metingen en beproevingen aan verdeelinrichtingen en eindgroepen. Verdeelinrichtingen worden volledig beoordeeld; de overige installatie kan steekproefsgewijs worden gecontroleerd volgens NEN 3140 bijlage J. Thermografie is bij Scope 8 geen verplicht onderdeel.
Scope 8 PI en Scope 8 EBI
Sinds 18 oktober 2022 kent Scope 8 twee vormen. De Scope 8 PI (periodieke inspectie) is de NEN 3140-inspectie van een installatie die in gebruik is; dat is de keuring die bijna iedereen bedoelt met "Scope 8". De Scope 8 EBI (eerste of bijzondere inspectie) toetst een nieuwe of ingrijpend gewijzigde installatie aan de aanlegnormen NEN 1010, NEN-EN-IEC 61439 en NEN-EN-IEC 60204. Een EBI is volgens Techniek Nederland niet verplicht en een PI vereist geen voorafgaande EBI. In de praktijk wordt de EBI nauwelijks aangeboden: in het register van Keuringkiezer vermeldden in augustus 2026 drie van de 327 Scope 8-bedrijven de EBI. Zie EBI of PI.
Is een Scope 8-keuring wettelijk verplicht?
Nee, niet letterlijk. De woorden "Scope 8" en "NEN 3140" komen in de wet niet voor. Wat wel in de wet staat:
- Arbowet artikel 3 lid 1: de werkgever zorgt voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers "inzake alle met de arbeid verbonden aspecten" en houdt daarbij rekening met "de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening".
- Arbobesluit artikel 3.4 lid 1: elektrische installaties zijn "zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd". Lid 3 eist van iedere installatie "duidelijke, steeds bijgewerkte schema's".
- Arbobesluit artikel 3.5: elektrotechnische werkzaamheden worden door deskundige, voldoend onderrichte en daartoe bevoegde werknemers uitgevoerd.
Hoe u aan die open normen voldoet, schrijft de wet niet voor. NEN 3140 beschrijft het beheer, gebruik en de inspectie van laagspanningsinstallaties en geldt als algemeen geaccepteerde invulling van de Arbo-zorgplicht; Techniek Nederland en inspectiebedrijf Socotec stellen dat wie aan NEN 3140 voldoet, aan de verplichting uit de Arbowet voldoet. Een Scope 8-inspectie is een manier om die NEN 3140-inspectie aantoonbaar en onder extern toezicht te laten uitvoeren. Bureau Veritas benadrukt dat Scope 8 daarmee méér is dan een gewone NEN 3140-inspectie: er komt een certificatieschema, een kwaliteitssysteem en de registratie in het SCIOS-portaal bij. Zie is Scope 8 verplicht?.
De grondslag geldt zodra er mensen onder uw leiding werken. Univé wijst erop dat dat ook uitzendkrachten, stagiairs, vrijwilligers en een meewerkende partner kan betreffen.
Wat vragen verzekeraars?
Hier ontstaat vaak verwarring. De keuring die brandverzekeraars doorgaans eisen, is Scope 10 (brandrisico, NTA 8220), niet Scope 8. Univé en De Goudse noemen in hun voorwaarden Scope 10; Avéro Achmea schrijft dat een Scope 8-inspectie door uw verzekeraar verplicht kan worden gesteld, en Interpolis stelt dat Scope 8 "niet wettelijk verplicht" is maar dat uw verzekeraar het wel kan verplichten. Univé vat het zo samen: de verzekeraar eist Scope 10, de Arbowet vraagt Scope 8 als iemand onder uw leiding werkt. Scope 8 en Scope 10 vervangen elkaar niet. Lees Scope 8 of Scope 10 of kijk op scope10info.nl.
Wie mag de keuring uitvoeren?
Een Scope 8-inspectie mag alleen worden uitgevoerd door een inspectiebedrijf dat door een certificatie-instelling (Kiwa, DEKRA of Bureau Veritas) voor Scope 8 is gecertificeerd, of door een bij SCIOS geregistreerde aspirant-certificaathouder. De certificering is bedrijfsgebonden; de inspecteur zelf moet een SCIOS-examen hebben behaald en wordt elke achttien maanden in de praktijk beoordeeld. U kunt de bevoegdheid van een inspecteur controleren in het SCIOS-portaal. Een overzicht van bedrijven per provincie vindt u bij inspectiebedrijven.
Wat krijgt u na de keuring?
U ontvangt een inspectierapport met het inspectieplan, de meetresultaten en de geconstateerde gebreken, geclassificeerd volgens Informatieblad 22 (rood, oranje, geel; blauw is een opmerking). Het inspectiebedrijf meldt de inspectie verplicht af in het SCIOS-portaal, met of zonder constateringen. Verzekeraars noemen die afmelding vaak een "SCIOS-verklaring". Gebreken moeten door een installateur worden hersteld en door het inspectiebedrijf worden herbeoordeeld, binnen twaalf maanden na de inspectiedatum.
Hoe vaak en wat kost het?
De inspectietermijn volgt uit de risicoscore van NEN 3140 bijlage I en wordt in het inspectieplan vastgelegd; in de praktijk is dat meestal drie tot vijf jaar (stand oktober 2026). De kosten hangen vooral af van het vloeroppervlak en het aantal verdeelinrichtingen. Openbare tarieven liggen voor een klein pand met één verdeelinrichting indicatief tussen circa € 350 en € 600 exclusief btw, met vanafprijzen van circa € 450 tot € 650; grotere panden kosten meer. Zie kosten.